Humor, compleet verzorgde humor

Vervolg: Helicopters boven het IJsselmeer.


home


Hoe het ging:


Revue Restant

Het Grote Optreden

Apart verder

Heiligerlee

Compleet verzorgde humor

Vrienden

Andijk

Optreden in Rotterdam

De zwarte O-jol

Scheiding


Verhalen


Friesland

De Kraai

De Afsluitdijk

Cabaretteksten

Helicopters boven het IJsselmeer

Op een middag belde Tinka. "Ik heb een slecht bericht voor je."
Jos was na een feest in Andijk midden in de nacht met de O-jol het IJsselmeer opgezeild omdat hij beloofd had de boot nog naar Enkhuizen te varen. Marian had hem er nog van proberen af te houden omdat het zo hard waaide. Jos had een kwaaie kop en iets gedronken, of hij wilde gewoon doen wat hij beloofd had.
Zijn zoon Kees die in het huis van zijn vader logeerde, merkte 's ochtends dat hij niet thuis was gekomen.
Hij kwam ook niet meer.

De politie werd gewaarschuwd. . Helicopters zochten het IJsselmeer af maar konden niets vinden.

Ik wist meteen dat het mis was en had op dat moment eigenlijk naar Andijk moeten gaan, om samen met de anderen de verdere gebeurtenissen te bespreken en af te wachten, maar ik deed het niet. Een van de redenen was misschien dat ik middenin een theaterproduktie zat en dat het daar onderling nogal rommelde en dat er nog veel gerepeteerd moest worden om er nog iets van te maken. Ik wilde een vinger aan de pols houden, want ik vertrouwde de regisseur niet.
Verder wisten we voorlopig toch nog niets Ik ben slecht in wachten. Daar word ik niet vrolijker van. Maar misschien hadden we elkaar wat op kunnen beuren. Roel en Tinka en Felicia en Marian en Thedo en Kees en Margreet bedoel ik. Ik heb wat zitten huilen in mijn luie stoel, maar dat schiet ook niet erg op en ik heb Martin van Waardenberg gebeld, die me probeerde op te beuren door te veronderstellen dat Jos er misschien even tussenuit was getrokken om tot rust te komen of zo. De volgende dag ging ik gewoon naar mijn werk. Al gauw werd de O-jol gevonden en een week later ook het lichaam van Jos. 

Er waren nog allerlei vragen, zoals waarom het zeil van de boot omlaag was gehaald, maar dat leek me nogal logisch: anders krijg je hem niet overeind. Hij had dus geprobeerd het schip leeg te hozen en dat was niet gelukt. Ook vroeg men zich af waarom hij praktisch al zijn kleren had uitgetrokken, maar ook dat lag voor de hand. Hij had op een bepaald moment besloten dan maar naar de kust te zwemmen. Waarschijnlijk was hij flink ver van de oever, omdat hij er niet van hield het midzwaard op te trekken (aan de randen van het IJsselmeer is het erg ondiep). Waarschijnlijk is hij, mede door de alcohol, op een gegeven moment onderkoeld geraakt en heeft het niet gehaald. Het was de eerste warme weekeinde van het jaar maar het water was nog behoorlijk koud.

Iemand heeft nog geroepen: "Wat een stommeling," maar dat leek me ook geen goede reactie. Het enige wat ik kon doen was nog een paar vrienden en bekenden waarschuwen, waaronder Bert Visscher,  Herman Finkers, Willibert en Dick Panman.

Na afloop van de begrafenis was er vrij drinken in een café aan de dijk en misschien ook wel gehaktballen uit eigen keuken. Er waren heel veel mensen. Willibert was er en Dick. Op de begrafenis hield ik me over het algemeen aardig goed, behalve helemaal in het begin, toen ik in het uitvaartcentrum zijn zoon Kees in de ogen keek en hard naar buiten ben gerend.

Rob Engelsman

 

Aan de zoon van mijn goede vriend
Jos Kerkhof

Deventer, 24 juni 1993

Beste Kees,

Even hebben we elkaar gezien, gisteren. Ik gaf je deze brief voor je verjaardag. Maar ook ter nagedachtenis aan je vader. Er zijn dingen, die je zelf voelt over je vader. Er zijn dingen, die je hoort van mamma of van Margreet of Ciska. Maar er zijn ook dingen, die je mag horen van een vriend van vroeger. Dat ben ik. Ik heet Dick Panman en heb jarenlang met je vader opgetrokken. Samen zingen, muziek maken, feesten en varen. Dat ging soms ten koste van ons huiselijk leven, maar we leefden intens. We maakten teksten, zongen in kleine theaters, radio-studio’s en cafeetjes; Jos op z’n viool, ik aan de piano. Niet met z’n tweeën, maar ook met andere muzikanten, zangers en zangeressen. Maar ik ken je vader al langer. Al vanaf de tijd dat ik zo oud was als jij nu. Mijn ouders hadden een motorschip in Midlaren en Jos, toen nog student, lag daar ook met zijn kajuitboot. Soms kwam hij even vers water halen bij ons aan boord om thee te kunnen zetten. En als hij soep maakte, kookte hij daar soms een ei in mee. Jos deed heel veel zelf. Hij krabde de boot schoon, schilderde hem op, timmerde, zaagde, kookte, studeerde en maakte tijd voor plezier in het leven.Eigenlijk was jouw vader een serieuze man. Achter al zijn fratsen, grappen en grollen ging een gevoelig en oprecht hart schuil. Jos moest af en toe uit de band kunnen springen. "Ik ben een vrijdenker", zei hij tegen mij. Hij zette zijn gevoel niet alleen om in vaderschap en partnerschap, maar ook in woorden en muziek. Op het podium, en ook op het water, was hij een vriend van zichzelf. Daarbuiten, in het dagelijks leven, had hij soms moeite met zijn persoonlijkheid. In zijn aard was je vader altijd te vertrouwen. Als hij werkelijk ergens in geloofde, kon je van hem op aan. Jos was dan boordevol energie en liet de wereld met gemak om zichzelf en zijn ideeën draaien. Maar nooit zonder gevoel, nooit harteloos en haatdragend.Jos maakte zijn wereld soms zo groot dat mensen er vreemd van op keken. Ze voelden zich misschien klein of armoedig als je vader z’n stem dichterlijk verhief en buiten de alledaagse paden trad. Dan nam een onbewuste kracht bezit van hem en heerste hij met scherpe tong over zijn levensharmonie. Gedreven door muziek, bezeten door zijn woordenspel. "Ik ben een vrijdenker", zei hij dikwijls, "alleen de vogels kennen mij van naam".Zijn karakteristieke gebaren, zijn sterke handen met die afbuigende duimen, zijn brede lach, zijn kleine, pientere ogen: ja, Kees, ik heb veel van je vader gehouden.Gisteren moesten we afscheid nemen. Vlak voor jouw verjaardag. Ik wil proberen het verdriet een beetje te verlichten door te vertellen wat Jos en ik kort na jouw geboorte hebben beleefd.Je zus Margreet was er al toen ik nog regelmatig bij je vader en moeder thuis kwam. Ze woonden nog samen in de boerderij in Heiligerlee. Jos en ik hebben Margreet voor het eerst bewonderd in het ziekenhuis te Winschoten. Hij was verrukt van zijn eerste dochter. ("Ach, zo jong en nu al achter de glazen…..") Eigenlijk had hij afgesproken mij te bellen zodra ze geboren was. Dat ging niet door omdat de bevalling wat anders was verlopen dan was gepland. Bij jouw geboorte belde Jos mij wel. "Ik heb een zoon", schreeuwde hij, "en hij heet Kees. Ja, Kees is de naam! Mijn zoon heet Kees!".Felicia lag toen in het kraamcentrum tegenover het station in Groningen. Jos aarzelde geen moment en stelde voor zijn boot vanuit Midlaren over te varen naar de steiger in Groningen. "Afgesproken", zei ik. ’s Nachts om drie uur hebben we de boot opgetuigd. Het was prachtig weer, maar we zagen geen hand voor ogen. "Ik heb een zoon! Ik wijs de weg naar het kraamcentrum. Mijn vrouw wacht op mij. Ja, wij varen naar je toe, m’n jongen!" klonk het over het water.Het was vrijwel windstil en we dreven langzaam de Hunze in, het water dat naar Groningen leidt. Bij de ingang van het riviertje was een palingnet gespannen. We konden er niet door. "Geen paling houdt ons tegen. Ik heb een zoon. En hij heet Kees!" zong je vader in opperste stemming. Terwijl hij het roer bediende, ben ik stilletjes aan wal gesprongen. Met een knarsende lier heb ik het palingnet laten zakken. "Kijk uit!", riep je vader, "die visserman Vos heeft een jachtgeweer!".Ik dook werktuigelijk de boot in. "Waar?" vroeg ik. Er was niemand te bekennen in het nachtelijk duister. "De palingboer slaapt. De palingboer slaapt. Wij varen gewoon door naar Groningen. Mijn zoon heet Kees!" zong je vader.Bij vaste bruggen moesten we de mast laten zakken. Het werd stilaan kouder, die nacht. Toch hebben we tot ’s morgens vroeg acht uur, toen we in Groningen aankwamen, gezongen. We meerden de boot af bij het kraamcentrum, waar jij je eerste voeding kreeg. Je moeder lag als een ware diva in het kraambed, trots met haar zoon. Je vader moest jouw geboorte die dag aangeven op het gemeentehuis. Zingend betrad Jos het stadhuis. "Ja, ik ben goed bij mijn verstand, ik zoek de afdeling burgelijke stand", zong hij onvermoeibaar. Een ambtenaar verwees hem naar het loket. "Mijn zoon heet Kees", zong Jos, "waar is de burgemeester?! Ik heb iets heel bijzonders aan te geven!"Het enthousiasme van je vader kende geen grenzen. Later op de dag heeft hij het kraamcentrum weer bezocht. Hij was moe van de doorwaakte nacht, maar zijn positieve gemoed bleef kaarsrecht overeind. Deze dierbare herinnering wil ik je met je delen, Kees. Voor je verjaardag, maar vooral om je te laten weten dat je bent geboren uit een levensvreugde die groter is dan elk verdriet.Veel liefs, ook voor je zus en je moeder,

Dick Panman